Een mala is in de eerste plaats een hulpmiddel om je aandacht vast te houden terwijl je mediteert. Je hoeft niet te tellen en niet na te denken over hoe ver je bent.

Er is niet één juiste manier om hem te gebruiken. De klassieke manier is het tellen van mantra’s, en die beschrijven we hieronder stap voor stap. Maar er zijn ook stillere manieren, en voor veel mensen begint het gewoon met de mala dragen en hem af en toe aanraken.

Mantra’s tellen: japa

De meest gebruikte manier om een mala te gebruiken heet japa, Sanskriet voor herhaling. Je kiest een mantra: je bedenkt hem zelf, je krijgt hem van je meditatiedocent of goeroe, of je zoekt er een op binnen een traditie. Je spreekt de mantra stil uit, hardop of zingend, en herhaalt hem bij elke kraal tot je de ronde rond bent.

Je gebruikt hiervoor het liefst een mala met 108 kralen. Wij hebben ook mala’s met een ander aantal kralen. Dat heeft te maken met de grootte van de kralen: met kleine kralen zou een mala van 108 niet om je nek passen. Die mala’s hebben daarom 216 of 108 + 54 kralen. Je kunt er nog steeds mee mediteren, alleen tel je de rondes iets anders. Bij 216 kralen heb je na één ronde eigenlijk twee rondes gedaan. Bij 108 + 54 kralen heb je na twee rondes eigenlijk drie rondes gedaan.

Hoe je de mala vasthoudt

Houd de mala in je rechterhand, tussen je duim en je middelvinger. Je wijsvinger gebruik je niet: die staat in de traditie voor het ego, en juist dat wil je even opzijzetten.

Begin bij de kraal naast de goeroekraal: de grotere kraal die apart van de rest hangt. Zeg je mantra, en schuif dan met je duim door naar de volgende kraal. Zo ga je de hele ronde langs, 108 keer, tot je weer bij de goeroekraal bent.

De goeroekraal tel je niet mee en daar ga je nooit overheen. Hij markeert waar de ronde begint en waar hij tot rust komt. Wil je nog een ronde, dan draai je de mala om en ga je terug de andere kant op.

Waarom je de goeroekraal niet passeert

Dat omdraaien voelt in het begin onhandig, en het is verleidelijk om gewoon door te schuiven. Toch zit er iets in. Het moment waarop je bij de goeroekraal aankomt is een natuurlijke pauze: je hebt een ronde af, je merkt hoe je erbij zit, en je kiest bewust of je verdergaat. Het is een bezinningsmoment.

Sla je dat moment over, dan wordt japa al snel een doorlopende reeks in plaats van een reeks bewuste rondes.

Een mantra kiezen

Een mantra is een woord, een klank of een zin die je herhaalt. Hij hoeft niet ingewikkeld te zijn en het hoeft niet in het Sanskriet.

Een mantra die bij elke rudraksha past, ongeacht de mukhi of het type, is Om Namah Shivaya, een groet aan Shiva, en daarmee aan je eigen ware aard. Andere veelgebruikte zijn So Hum (ik ben dat) en Om Mani Padme Hum uit de boeddhistische traditie. Wil je een eenvoudige mantra die toch veel in beweging zet, kies dan Om.

Maar het mag ook gewoon een woord in je eigen taal zijn, bijvoorbeeld rust, dankbaarheid of vertrouwen. Wat telt is dat het je iets doet en dat je het kunt blijven herhalen zonder erover na te denken.

Hoeveel rondes, en hoe lang

Eén ronde is 108 herhalingen. Afhankelijk van hoe snel je gaat duurt dat vijf tot tien minuten. Voor veel mensen is dat precies genoeg om te beginnen.

In de traditie worden ook drie rondes gedaan, of elf, of honderdacht, maar dat hoort bij een intensieve beoefening met begeleiding. Begin met één ronde per dag. Een korte beoefening die je volhoudt doet meer dan een lange die je twee keer doet en dan laat liggen.

Als je de tel kwijtraakt of afdwaalt

Dat overkomt iedereen, en vaak meer dan eens.

Merk je dat je aandacht is weggelopen, dan hoef je niet opnieuw te beginnen en niet te schatten waar je gebleven was. Je vingers weten waar ze zijn. Pak de mantra weer op bij de kraal waar je duim ligt en ga verder.

Dat opmerken en terugkeren is niet de onderbreking van je meditatie. Het is de meditatie.

Zonder mantra: tellen op je adem

Je kunt je mala ook gebruiken zonder mantra. Schuif dan één kraal op bij elke uitademing. Dat maakt de oefening rustiger en langzamer, en je merkt vanzelf hoe je adem dieper wordt naarmate de ronde vordert.

Deze vorm werkt goed als woorden je juist afleiden, of als je ’s avonds tot rust wilt komen.

De rustige manieren

Niet elke mala wordt geteld. Je kunt hem eenvoudigweg in je rechterhand houden terwijl je gaat zitten, en mediteren zoals je gewend bent. Nog rustiger is de mala naast je neerleggen en hem daar te laten liggen terwijl je zit.

Sommige kralen zijn zo bijzonder dat ze helemaal niet gedragen of vastgehouden worden, maar op een altaar of een gewijde plek bewaard blijven.

En er is de alledaagse vorm, die misschien wel het vaakst voorkomt: je draagt je mala, en betrapt jezelf erop dat je hem aanraakt zonder erbij na te denken. Die aanraking wordt dan een herinnering: kom terug bij je adem, kom terug bij je aandacht.

Hoe ik zelf mediteer

Ik houd mijn mala tijdens de meditatie vast in mijn rechter handpalm. Ik mediteer in stilte, begin met een bewuste ademhaling en zak van daaruit geleidelijk weg in diepe meditatie. Na afloop dank ik voor het moment en leg ik mijn mala terug op mijn altaar.

Meestal gebruik ik dezelfde mala. Maar soms heb ik behoefte om op een specifieke intentie te mediteren; dan pak ik een mala met edelstenen of halfedelstenen en loop ik de meditatie door met die intentie in gedachten.

Hoeveel van de regels moet je volgen?

Er zijn veel regels voor het gebruik van een mala. De geschriften zijn duizenden jaren oud en verschillen bovendien per traditie. Dat maakt het complex, en ik heb me jarenlang afgevraagd wat nu juist was en wat niet.

Van Ida Pedanda Gede Made Gunung, de in 2016 overleden hoge priester van Bali, heb ik geleerd dat het gebruik ook praktisch mag zijn. Zonder hem letterlijk te citeren kwam zijn antwoord hierop neer: het is belangrijk dat je je mala met respect behandelt, als iets heiligs. En daar zit de heiligheid in, niet in de vraag of alle regels exact zijn nageleefd.

Toch noem ik er een paar, om een idee te geven van hoe nauw de traditie het kan nemen:

  • raak de mala alleen met je rechterhand aan
  • laat bij het reciteren van de mantra je nagels de rudraksha’s niet raken
  • laat niemand anders je mala aanraken
  • draag je japa mala niet, maar leg hem na gebruik op een veilige plek
  • een mala die je draagt, gebruik je niet voor japa-meditatie
  • draag een mala nooit op het toilet
  • draag geen mala bij het drinken van alcohol, bij fysieke intimiteit, tijdens een rouwdienst of tijdens de menstruatie

En zo zijn er nog vele. Ik geef ze om een beeld te schetsen, niet als voorschrift. Of en hoe iemand met zijn of haar mala omgaat, is aan de eigenaar.

Een mala om te dragen en een mala om mee te tellen

Aan dat lijstje zie je iets wat verwarrend kan zijn: de traditie onderscheidt een japa mala, waarmee je telt en die je na gebruik wegbergt, van een mala die je draagt. Dat zijn in de strenge lezing twee verschillende kettingen.

In de praktijk doen de meeste mensen het met één. Wie dat onderscheid wil aanhouden, kan er twee nemen: een om te dragen en een om mee te beoefenen. En wie dat te ver vindt gaan, heeft de priester aan zijn kant.

Een vaste plek en een vast moment

Meditatie wordt makkelijker als je er niet elke keer opnieuw over hoeft te beslissen. Kies een plek waar je gaat zitten en een moment op de dag, en houd die aan.

De ochtend werkt voor veel mensen het best, voordat de dag zijn eisen begint te stellen. Maar uiteindelijk is elk moment goed, als je het maar volhoudt.

Je mala tussen de sessies door

Een mala die je gebruikt gaat er anders uitzien. De rudraksha wordt donkerder door de oliën van je huid, en dat is precies de bedoeling.

Hoe je hem wast, oliet, bewaart en reinigt, en hoe je een nieuwe mala begroet voordat je hem voor het eerst draagt, staat beschreven bij je mala verzorgen.

Draag je hem liever aan je pols, kijk dan bij onze mala armbanden.

Veelgestelde vragen over het gebruik van een mala

Moet ik per se 108 keer tellen?

Nee. 108 is de traditionele ronde en de reden dat een traditionele mala dat aantal kralen heeft, maar er zijn ook mala’s van 54 of 27 kralen voor kortere beoefeningen.

Waarom de rechterhand?

Dat komt uit de Vedische traditie, waarin de rechterhand voor handelen en geven staat.

Mag ik mijn mala dragen als ik er niet mee mediteer?

Ja. Veel mensen dragen hem doorlopend, als herinnering en als talisman, en doen hem alleen af om te slapen en te douchen.

Kan ik met elke mala mediteren?

Ja. De materialen verschillen in betekenis en energie, maar de manier van tellen is dezelfde. Meer over de kralen zelf lees je bij rudraksha kralen en over de opbouw van een mala bij wat is een mala.

Wat als mijn mala breekt tijdens het mediteren?

Dat is geen slecht nieuws. In de traditie staat het breken van een mala voor het doorbreken van een karmische cyclus.

Komt er iemand bij ons van wie de mala is gebroken, dan vraag ik altijd eerst of dat resoneert. Vaak is dat zo, en dan is het tijd om de mala terug te geven aan de aarde: bedank hem, en begraaf hem of schenk hem aan de zee.

En anders repareren we hem. De reparatie zelf is gratis en we doen hem met net zoveel liefde als waarmee de mala is gemaakt. Moeten er onderdelen worden vervangen, dan kunnen we daar een bijdrage voor vragen, net als voor de portokosten.

Welke vorm je ook kiest: begin klein en houd het vol.

Bekijk de Sacred collectie voor mala’s van enkel rudraksha, of alle mala’s, met een ruim assortiment met edelstenen.

Meer over je mala lees je in onze Mala gids: van de betekenis van rudraksha tot de verzorging van je mala.